Samenwerken met vrijwilligers? Gebruik het WIFA-model!

1 jaar geleden

Je komt ze vast regelmatig tegen in je werk als verzorgende: de vrijwilligers. Ze doen geheel belangeloos hun werk en zijn van grote waarde voor je cliënt en de mantelzorgers. Een goede samenwerking met vrijwilligers is dus belangrijk. Hierdoor kunnen jullie de zorg verbeteren.

Maar hoe ga je als verzorgende om met de vrijwilligers?
Een goede manier is om hiervoor gebruik te maken van het WIFA-model. Hierbij gaat het om heldere afspraken, informatie uitwisselen en waardering voor elkaars werk. In het WIFA-model komt alles samen.

WIFA staat voor vier woorden. Gebruik deze woorden in je samenwerking met de vrijwilliger:

Waarderen (W)
Vrijwilligers zetten zich belangeloos in voor de zorg. Gewoon, omdat dit belangrijk voor ze is en omdat ze het mooi vinden om te doen. Ze steken er hun vrije tijd in en krijgen er niks voor terug. Dat mag natuurlijk gewaardeerd worden. Maar hoe kunnen we onze waardering laten blijken?

  • Vraag de vrijwilligers eens vraag naar hun motivatie. Waarom is dit vrijwilligers werk belangrijk voor ze? Vaak zit er een persoonlijk verhaal achter.
  • Maak eens een praatje en geef ze een mooi compliment.
  • Ga regelmatig met elkaar aan tafel zitten om over de samenwerking te praten. Wat gaat goed en wat kan beter? Dit leidt tot een betere zorg.
  • Toon belangstelling voor hun werkzaamheden. Dat is leerzaam en maakt het werk leuker.
  • Vraag aan je werkgever hoe vrijwilligers beloond worden voor hun werk. Met een kaartje of een eindejaarsgeschenk weten zij hoe ze gewaardeerd worden.
  • Is er geen geld voor een beloning van vrijwilligers? Wees dan creatief en ga op zoek naar sponsors en donaties. Er zijn vast winkels en bedrijven die willen helpen.
  • Zet 7 december in je agenda. Dit is Nationale Vrijwilligersdag. Dé dag dus om de vrijwilligers in het zonnetje te zetten en ze te bedanken voor hun werk.

Informeren (I)
De I van het WIFA-model: Tips voor het informeren van vrijwilligers

De vrijwilliger is geen professional, maar heeft wel informatie nodig over de cliënt. Alleen dan kunnen ze hun werk goed uitvoeren. Houdt ze daarom op de hoogte van alles wat belangrijk kan zijn. Anderzijds kunnen zij hun kennis en ervaringen met jou delen. De vrijwilliger kent de cliënt en naasten op een andere manier dan jij. Zij ondernemen activiteiten met ze en hebben meer tijd voor een goed gesprek. Je kunt deze informatie dus ook goed benutten. Vraag daarom ook naar hun ervaringen.

Dit kan je zelf doen om vrijwilligers te informeren:

  • Vrijwilligers zijn misschien niet vanuit jouw organisatie actief voor de cliënt. Organiseer dan bijvoorbeeld regelmatig een bijeenkomst waar vrijwilligers en verzorgers elkaar beter kunnen leren kennen. Informatief én gezellig!
  • Mantelzorgers, cliënten, vrijwilligers en professionals moeten elkaar vertellen hoe het met de cliënt gaat. Dat is belangrijk voor een goede samenwerking tussen al deze partijen. Voor de verzorgende kan openheid lastig zijn. Je hebt immers te maken met een geheimhoudingsplicht. Je kunt niet zomaar alles in de groep gooien. Vraag daarom de cliënt of de contactpersoon eerst om toestemming. Leg dit vervolgens duidelijk vast in het dossier, zodat er geen misverstanden ontstaan.

Faciliteren (F)
Vrijwilligers doen mooi werk, maar ze kunnen en mogen niet alles. Een buurvrouw die graag een wandeling maakt met een cliënt, weet misschien niet hoe ze een rolstoel moet rijden. Laat staan dat ze de kennis en vaardigheden heeft om bij medische problemen in te grijpen. We moeten de vrijwilligers dus faciliteren. Dit betekent dat ze beschikken over de juist kennis en dat de randvoorwaarden goed zijn geregeld. Hierbij kan je denken aan:

  • Goede instructies en het aanleren van vaardigheden. Denk bijvoorbeeld aan een cliënt op de juiste manier helpen opstaan, handelen bij slikproblemen of omgaan met gedragsproblemen. Ze vinden het vast interessant en nuttig als hiervoor trainingen en cursussen worden georganiseerd.
  • Voorwaarden vastleggen waaraan vrijwilligers moeten voldoen om bepaalde activiteiten te ondernemen. Hebben ze bijvoorbeeld wel een mobiele telefoon, een geldig rijbewijs of de juiste verzekering? 
  • Zorg ervoor dat je als organisatie weet voor welke zorgtaken je een vrijwilliger kan en mag inzetten. Aan de taken stelt de wet geen grenzen. Wel aan de kwaliteit en veiligheid ervan. Wil je iemand voor een bepaalde taak inzetten? Dan moet je zeker weten dat de vrijwilliger hiervoor over de juiste kennis en vaardigheden beschikt.

Afstemmen (A)
De vrijwilliger is deel van het team rond de cliënt. Het is dus belangrijk om de werkzaamheden op elkaar af te stemmen. Zo werk je niet langs elkaar heen en doe je geen dingen dubbel. Dus stem de werkzaamheden goed op elkaar af. Dit verbetert de zorg en leidt tot een gemotiveerde vrijwilliger. Maar wie doet wat?

Voor het antwoord op die vraag gaat het over grenzen en verwachtingen. Dus ga hierover met de vrijwilliger in gesprek.

  • Persoonlijke grenzen – wat wil een vrijwilliger zelf wel en niet doen?
  • Rationele grenzen – dit gaat over de samenwerking tussen alle betrokkenen. Wie is bereid wat voor een ander te doen?
  • Functionele grenzen – welke werkzaamheden en verantwoordelijkheden heeft de vrijwilliger? Is dit ook passend?

Meer weten over het WIFA-model, kijk hier
Over ieder onderdeel van het WIA-model is een artikel met praktische tips op de website te vinden. 

Heb je nog andere tips voor het samenwerken met vrijwilligers? Deel ze hieronder!

Bron: Zorg voor beter